
118
1
2
3
4
5
7
8
9
Opmerkingen vooraf
en wettelijke informatie
Inhoudsopgave:
basishandelingen
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
Afspeelmodus
Menu
Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Basishandleiding
P-modus
Voorblad
Handleiding voor
gevorderden
6
Wi-Fi-functies
• U kunt verbinding maken met smartphones waarmee u al eerder verbinding
hebt gehad door deze in stap 3 op het scherm [Apparaat selecteren] te kiezen.
• Als u het Wi-Fi-menu eenmaal hebt geopend, kunt u het daarna weer openen
door op de knop <o> te drukken. Het recente doelapparaat wordt het eerst
vermeld, zodat u er gemakkelijk weer toegang toe kunt krijgen door op de
knoppen <o><p> te drukken om het te kiezen. Als u een nieuw apparaat
wilt toevoegen, opent u het scherm voor apparaatselectie door op de knoppen
<q><r>tedrukkenendeinstellingtecongureren.
Als u liever geen recente doelapparaten wilt weergeven, drukt u op de knop
<n> en kiest u op het tabblad [3] de opties [Instellingen Wi-Fi] >
[Doelhistorie] > [Uit].
• Hetkwaliteitsniveauvanlmsdatkanverzondenworden,isafhankelijkvan
de smartphone. Raadpleeg de instructiehandleiding die bij uw smartphone is
meegeleverd voor details.
• Om meerdere smartphones toe te voegen, herhaalt u de bovenstaande
procedures vanaf stap 1.
• Om de privacy-instellingen voor smartphones in de lijst aan te passen, moet
u de smartphone kiezen waarvoor u de instellingen wilt wijzigen bij [Apparaat
bewerken] in stap 3 en daarna [Instell. tonen] kiezen.
Verbinding maken met een andere camera
U kunt als volgt twee camera’s via Wi-Fi verbinden en beelden tussen de
twee camera’s verzenden.
• Er kan alleen draadloos verbinding worden gemaakt met Canon-camera’s
met een Wi-Fi-functie. Er kan zelfs geen verbinding gemaakt worden met
Canon-camera’s die Eye-Fi-kaarten ondersteunen als deze geen Wi-Fi-functie
hebben. U kunt met deze camera geen verbinding maken met DIGITAL IXUS
WIRELESS-camera’s.
1 OpenhetWi-Fi-menu.
Druk op de knop <o>.
2 Kieseencamera.
Druk op de knoppen <o><p><q><r>
om [4] te kiezen en druk op de
knop <m>.
3 Kies[Apparaattoevoegen].
Druk op de knoppen <o><p> om
[Apparaat toevoegen] te selecteren en
druk vervolgens op de knop <m>.
Volg stappen 1–3 op de doelcamera.
Er wordt informatie over de verbinding met
de camera toegevoegd als [Verbinding op
doel- camera starten] wordt weergegeven
op beide cameraschermen.
Nadat de doelcamera is toegevoegd,
wordt het scherm voor de
beeldoverdracht weergegeven. Ga door
naar “Beelden verzenden” (=
127).
Commenti su questo manuale