
101
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Wi-Fi-functies
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere opnamestanden
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
● Zodra u verbinding hebt gemaakt met apparaten via het Wi-Fi-
menu, worden recente bestemmingen als eerste vermeld
wanneer u het Wi-Fi-menu opent. U kunt eenvoudig opnieuw
verbinding maken door op de knoppen [
][ ] te drukken om
het apparaat te kiezen en vervolgens op de knop [
] te drukken.
Als u een nieuw apparaat wilt toevoegen, opent u het scherm
voor apparaatselectie door op de knoppen [
][ ] te drukken en
vervolgens de instelling te congureren.
● Als u liever geen recente doelapparaten wilt weergeven,
kiest u MENU (
=
27) > tabblad [ ] > [Instellingen Wi-Fi] >
[Doelhistorie] > [Uit].
● U kunt de bijnaam van de camera die op het scherm bij stap 2
wordt weergegeven, wijzigen (
=
100).
● Wanneer de camera verbonden is met een computer is het
camerascherm leeg.
● Mac OS: als CameraWindow niet wordt weergegeven,
klikt u op het pictogram [CameraWindow] in het dock.
● Schakel de camera uit om de verbinding te verbreken.
● Als u [PIN-methode] kiest bij stap 6 wordt een pincode op het
scherm weergegeven. Stel deze code in bij het toegangspunt.
Kies een apparaat in het scherm [Apparaat selecteren].
Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding die
is meegeleverd met uw toegangspunt.
Verbinding maken met toegangspunten in de lijst
1
Bekijk de lijst met toegangspunten.
● Geef de lijst met netwerken
(toegangspunten) weer, zoals
wordt beschreven bij stap 1–4 in
“WPS-compatibele toegangspunten
gebruiken” (
=
99).
● Nadat het stuurprogramma is
geïnstalleerd en de camera en computer
met elkaar verbonden zijn, wordt
het AutoPlay-scherm weergegeven.
Er wordt niets weergegeven op
het camerascherm.
10
Geef CameraWindow weer.
● Windows: open CameraWindow door
op [Downloads Images From Canon
Camera/Beelden van Canon-camera
downloaden] te klikken.
● Mac OS: CameraWindow wordt
automatisch weergegeven als er een
Wi-Fi-verbinding tot stand is gebracht
tussen de camera en de computer.
11
Importeer afbeeldingen.
● Klik op [Import Images from
Camera/Beelden importeren van
camera] en vervolgens op [Import
Untransferred Images/Niet-verzonden
afbeeldingen importeren].
● De beelden worden nu in afzonderlijke
mappen op datum op de computer
opgeslagen in de map Afbeeldingen.
● Klik op [OK] in het scherm dat wordt
weergegeven nadat het importeren van
afbeeldingen is voltooid.
● Gebruik altijd software die de beelden
ondersteunt die met de camera zijn
vastgelegd (software die doorgaans
op de computer is geïnstalleerd of
software voor algemeen gebruik),
om geïmporteerde beelden op een
computer te bekijken.
Commenti su questo manuale