
48
De lampjes aan de achterkant van de camera (p. 45) branden of knipperen
afhankelijk van de status van de camera.
Met het menu ø kunt u veelgebruikte functies instellen. De menu-items
en -opties zijn afhankelijk van de opnamemodus (pp. 202 – 203).
Kies een opnamemodus.
● Stel het programmakeuzewiel in op de
gewenste opnamemodus.
Open het menu ø.
● Druk op de knop m.
Kleur Status Bedieningsstatus
Bovenste
indicator
Groen
Brandt Camera klaar (p. 26) / Display uit (p. 166)
Knippert
Bezig met vastleggen van beeld of lezen/
verzenden van gegevens (p. 27)
Oranje
Brandt Opnamevoorbereiding voltooid (flitser aan) (p. 26)
Knippert Waarschuwing: camera beweegt (p. 58)
Onderste
indicator
Geel
Brandt
e (p. 79), Handmatig scherpstellen (p. 100),
AF-vergrendeling (p. 99)
Knippert
Te weinig afstand (p. 28) / Kan niet scherpstellen
(p. 193)
Aan/uit-lampje Groen
Brandt Ingeschakeld
Knippert Batterij leeg (p. 15)
Als het lampje groen knippert, worden gegevens vastgelegd op of
opgehaald van de geheugenkaart, of worden gegevens verzonden. U mag
dan NIET de stroom uitschakelen, het klepje van de geheugenkaartsleuf/
batterijhouder openen, of de camera schudden of aanstoten. Deze acties
kunnen de gegevens beschadigen of storingen veroorzaken in de camera
of de geheugenkaart.
Lampjes
Menu FUNC. – Basishandelingen
Commenti su questo manuale