
95
Opnamen maken – speciale effecten selecteren
2
Selecteer (Custom1) of
(Custom2) met het hoofdwiel of
met de pijl
W
of
X
op de
multifunctionele keuzeknop.
3
Richt de camera op het witte papier, de witte doek of
het kleurenkaartje en druk op de knop SET.
z
Richt de camera zodanig dat het witte papier, de witte doek of het
kleurenkaartje het kader op het LCD-scherm (of de zoeker) volledig
vult voordat u op de knop
SET
drukt. Wanneer u op de knop
SET
drukt, leest de camera de witbalansgegevens.
z
U kunt direct na het selecteren van de instellingen een opname
maken door op de sluiterknop te drukken. Na de opname wordt
het menu opnieuw weergegeven, zodat u de instellingen
eenvoudig kunt wijzigen.
4
Druk op of klik op het hoofdwiel.
z
Als u een aangepaste witbalans wilt instellen en gebruiken, kunt u het beste
de opnamemodus
P
selecteren en de belichtingscompensatie en de
belichtingscompensatie voor de flitser op nul (±0) instellen. U kunt de
witbalans mogelijk niet goed instellen als de belichting onjuist is (het beeld
is volledig zwart of wit).
z
U moet ook zoomen naar de maximale telelensinstelling. En de digitale
zoom moet zijn ingesteld op [Uit].
z
Omdat het niet mogelijk is in de modus een aangepaste witbalans in te
stellen, stelt u de witbalans in een andere opnamemodus in voordat u de
modus selecteert.
z
Maak de opnamen met dezelfde instellingen die u gebruikte bij het
aanpassen van de witbalans. Als de instellingen verschillen, gebruikt
u mogelijk niet de optimale witbalans. Vooral de volgende instellingen
moeten niet worden gewijzigd:
• Flitser
Het is raadzaam de flitser in te stellen op Aan of Uit. Als u de flitser tijdens
het bepalen van de witbalans gebruikt en deze is ingesteld op of
, moet u de flitser ook gebruiken wanneer u de opname maakt.
•ISO-waarde
z
De instelling voor de aangepaste witbalans wordt niet geannuleerd, zelfs
niet als de standaardinstellingen worden hersteld (p. 52).
Commenti su questo manuale