
101
Weergeven/wissen
5
2 Selecteer (Custom 1),
(Custom 2) of (Custom 3)
met de knop of en druk
op de knop FUNC./SET.
z Er wordt een vinkje (3) weergegeven naast
een diashow die al beelden bevat.
z Alleen (Custom 1) wordt weergegeven
in de standaardinstellingen.
z U kunt instellingen selecteren door het multifunctionele keuzewiel te draaien.
z
Wanneer u a
lle beelden tegelijk selecteert, gebruikt u de knop of
om [markeer] te selecteren en drukt u vervolgens op de knop FUNC./SET.
Daarnaast selecteert u [markeer] met de knop of , drukt u op de knop
FUNC./SET, selecteert u [OK] met de knop of en drukt u op de knop
FUNC./SET. Als u wilt terugkeren naar , of met de knop of ,
drukt u op de knop FUNC./SET om de selectie van de beelden op te heffen
die zijn opgegeven bij de methode in stap 3. Opgegeven beelden kunnen
ook worden geselecteerd of gedeselecteerd wanneer de functie [Herstel]
is uitgevoerd.
3 Selecteer de gewenste beelden voor de diashow.
Enkelvoudige weergave
z Selecteer een beeld met de knop of
en maak de selectie (of hef de selectie op)
door op de knop FUNC./SET te drukken.
z In het bovenste deel van de geselecteerde
beelden worden het selectienummer en een
vinkje (3) weergegeven.
z Druk op om de springbalk weer
te geven (p. 90). Na het springen en nadat u op de knop MENU hebt
gedrukt, drukt u op de knop FUNC./SET om opnamen te selecteren
of de selectie op te heffen.
Indexweergave
z Draai de zoomknop naar om
de indexweergave (9 beelden) te activeren.
z Gebruik de knop , , of om een
beeld te selecteren en maak een selectie
of hef de selectie op door op de knop
FUNC./SET te drukken.
z Onder de geselecteerde beelden worden het
selectienummer en een vinkje (3) weergegeven.
4 Druk op de knop MENU.
Het selectiescherm wordt gesloten.
Commenti su questo manuale